Het is bijzonder om te merken dat zelfverkozen afzondering,
met als doel langere tijd geconcentreerd met je werk bezig te zijn, zo
verbindend kan werken. Hoewel we hier allemaal vanuit verschillende disciplines
een andere invulling hebben bedacht voor de periode in de Artist in Residence,
hebben we een zelfde intentie: met focus en aandacht, zonder afleiding,
intensief met je werk bezig zijn.
De voertaal is Engels, die door Donna Glee wordt uitgevent in perfecte
oneliners die niet zouden misstaan als openingszinnen van bestsellers. Ingrid
en ik zijn soms ‘Lost in Translation’. Als je perfect satisfaction weet te
verstaan als perfect suïcide, dan is het redelijk onmogelijk een normaal
gesprek met elkaar te voeren.
Soms lijkt het verdacht veel op een klooster: we eten meestal
sober omdat het anders niet te betalen is, er wordt nauwelijks alcohol gedronken [al
wisselen we natuurlijk wel de zelf meegebrachte flessen van thuis uit] en
gesproken wordt er voornamelijk tijdens het gezamenlijk eten in de keuken, die
de ontmoetingsplek en spil van het huis vormt. Toch is het geen moment saai. Er wordt opvallend veel en hárd
gelachen.
Vanaf de eerste ontmoetingen met Ingrid, Neal, Ross en Donna Glee valt het me
op hoe open iedereen is. Dat uit zich het sterkst in het feit dat iedereen
elkaar recht aankijkt en [ook in langere gesprekken] niet wegkijkt als de blik
van een ander gevangen wordt. Ik merk dat het lang geleden is dat ik omringd
ben door mensen met zo’n open blik.
Breng 4 weken door in één huis met mensen die vooraf vreemden van je waren, en
het lijkt moeilijk te geloven dat je ze na deze periode waarschijnlijk nooit
meer zult zien. Ik maak er, zoals mij past, wat flauwe grappen over. Zoals dat
het me normaal erg veel moeite kost vriendschappen op te bouwen, maar dat het
me nu, als enige kunstenaar mét eigen vervoer, wonderlijk gemakkelijk afgaat.
We maken wel eens een gezamenlijk uitje, zoals een kort tripje naar een tweedehands
winkel, of bruktbutikk, waar we met vuur
en enthousiasme onze gevonden Noorse relieken uitwisselen. Veel spectaculairder wordt het niet: als we terugkomen rent iedereen hard naar
zijn atelier om verder te gaan waarmee hij bezig was.
De focus en de stilte in Kunstnarhuset Messen zijn in schril
contrast met de levendigheid van Bjolvefossen, de fabriek die direct naast het
huis aan de fjord ligt. De wisselende diensten van de werknemers, de rokende
schoorstenen en het laden en lossen van materialen lijken een ander tempo aan
te houden en vormen een reflectie van de waan van alle dag, terwijl wij ons
wentelen in stilte en vertraging. Sinds
er met de productie van ferrosilicon ook winst blijkt te behalen met de verkoop
van bijbehorende afvalmaterialen, wordt de fjord weer schoner en valt er weer
te vissen en te zwemmen. Dat zwemmen doen Ross en Ingrid elke dag: weer of geen
weer. Als ik op een koude ochtend samen met Ingrid de fjord trotseer, schreeuwt
dichter Ross ons vanaf de rotsen bemoedigend toe: ‘No wonder the Dutch
conquered the world’. Het water is vaak ijskoud maar het went en wordt beloond
met magische luchten en soms een langs zwemmende bruinvis.
Noren houden niet van poppenkast. Zoals Ross Donlon het zo
prachtig beschrijft in zijn [prijswinnende] gedicht Midsummer Night:
In Ǻlvik the festival of Midsummer Night is at eight o’clock
but there’s a sense of displacement or disorientation.
We tourists want it to be midnight,
expectation of fantasy over a screen of fact,
but it’s still broad daylight on an overcast day.
Clouds like fallen towers edge along the fjord,
fine films of rain keep the scene shifting,
new images drift over the wooden reels piled like an altar,
a foreshore pyre billows next to the town’s fire truck,
a fireman in protective gear slews fuel on the flames.
We expected other signs across the water,
other torches along the picturesque rim,
other symbols as the night came on,
perhaps a romance of paganism,
primal fire before the light of Christianity,
but the water only smoked with rain.
Het past bij het Noorse landschap, bij ons samen zijn. Het is puur en naakt; het is wat het is en dat voelt goed. Er is een grote waardering voor de intensiviteit waarmee iedereen met zijn werk bezig is. Daarin delen we ook allemaal eenzelfde fascinatie. Voor die wonderlijke plek aan de steile en onherbergzame Hardangerfjord in Alvik, met haar continu veranderende licht en weer.
We zijn geen toeristen, maar wel passanten. Met een onuitgesproken wens om snel weer terug te keren.
Lees het hele gedicht van Ross Donlon hier
Wil jij hier ook graag aan het werk? Aanmelden voor 2019 kan nog tot en met 31 augustus a.s.
Ik ben hier met: Donna Glee (USA), Neal Cahoon (Ierland), Ross Donlon (Australië) en Ingrid Pasmans (Nederland]